Verantwoording ...

"Erik wil iets kwijt" is mijn Web-log die sinds 5 mei '06 bij Blogse  "on-line" is. Deze log is voor mij een uitlaatklep. Een klankbord om de dagelijkse dingen waar ik tegen aanloop op kwijt te kunnen. Ik plaats hier zaken die ik de moeite waard vind. Zaken die ik lees, hoor, zie en meemaak. Hier zijn allen mijn ogen, met kleine bril, zichtbaar
Op een positieve wijze poog ik deze zaken tot een lees- en praatstuk te maken. 
"Erik wil iets kwijt" is geen literair hoogstandje. Ik heb ook in de verste verte niet de intentie dat deze site dat moet worden. Nee, in "Erik wil iets kwijt" noteer ik mijn gedachtespinsels, op mijn manier, in mijn woorden, met mijn gevoel erin. Kortom, deze "Log" gaat over allerhande dingen die mij, bezighouden. Aan u de keuze of u wilt reageren. Uiteraard is een reactie welkom. Deze "logs" zijn bijna allemaal echt gebeurd. Soms is de tekst alleen wat "romantischer" aan het papier toevertrouwd dan in werkelijkheid het geval was. Noem het maar "dichterlijke vrijheid". Een zinvol A-4tje in de vorm van een Log plaats ik niet dagelijks. Wilt u nog meer te lezen hebben ...  kijk gerust even bij "archief" of  "categorieën!" Wie weet vindt u nog iets van uw gading!

Principieel

Stoffig kwam ik beneden. Mijn tekort genoten nachtrust maakte me niet vrolijk. Het stoffige gevoel in mijn kop al helemaal niet. Ik zocht de koffiebus om een sterk bakje “pleur” te zetten. Ik zag het “ambtelijk levenswater” wel zitten. Ik zette het extra sterk zodat er bijna een koffielepeltje verticaal in kon laten staan. Zelfs het oortje van mijn beker trok krom van de overdosis cafeïne. Toen ik de koffiebus terugzette wist ik niet wat ik zag. Het aanrecht zag zwart van de mieren. Niet een tweetal verdwaalde mieren, duizenden ... Het was weer zo ver. Net als ieder jaar was het weer tijd om een paar gaatjes onder de sponning aan de voordeurkant met siliconenkit dicht te maken. Zonde, zonde van die kleine zwarte, harde werkers die nu langs hun spoor van mierenzuur hun thuishonk niet meer konden terugvinden. “Moordenaar”, vond ik nog van mezelf. Straks moet ik nog duizenden gerespecteerde aardklootgenoten vermoorden.  Principieel maak ik geen levende wezens dood. Ook geen insecten. Maar soms moet ik van mijn principes afwijken. Duizenden mieren als aanrechtgenoten is immers ook niet alles. Siliconenspuit gepakt, binnen en buiten een drietal gaatjes gedicht en nog even de steeds zenuwachtiger wordende mieren gadegeslagen. Triest. Met een rood hoofd van inspanning trachtte ik nog een stelletje mieren al blazend het raam uit te krijgen om mijn geweten te sussen, maar met mijn longinhoud een duizendtal mieren over een sponning van 5 centimeter blazen valt niet mee. Blazen zette geen zoden aan de dijk. Leverde wel een rood hoofd op. Jammer. Het raam laten openstaan was ook geen optie. De hulptroepen kwamen alleen maar gemakkelijker binnen. Weer duizend extra. Na een poosje heb ik met een triest gevoel onze kleine zwarte medebewoners moeten elimineren. Het was niet anders. Ik was aan het begin van deze dag niet trots op mezelf. Mijn respect voor deze kleine “zesvoeter” is daarvoor te groot. E.H©2006-2008 / 1 Google picture.

Verpleegstershond

In de dierenwereld komen we verschillende diersoorten tegen waarvan de naam een relatie heeft met de ziekenzorg. Denk maar aan de Verpleegstershaai en de Doktersvis.  

Maar van een “Verpleegstershond” had ik tot dit moment nog nooit gehoord. Maar wij hebben er een in de persoon van onze hond Noa, een Australische herder: Onze kater „Chester“ had een stevig gevecht met een rivaal geleverd. Het gevolg was een fikse ontsteking. Hij kreeg een complete “Mount – Everest” op zijn kop. Zijn maatje Noa rook dat er aan de kop van de kat iets niet goed was en toog aan het verzorgen. Noa wilde dat de gewonde kop heelde. Van nature moet de roedel gezond zijn. Zieken kun je  in de natuur niet gebruiken. Dat verzwakt de groep. En het feit dat dit in dit geval een kat betrof deed voor Noa niets af aan het gegeven. Roedel is roedel. Beter is beter. Noa likte en bleef likken tot Chester een natte, kale kop had. De wondjes waren prima zichtbaar. Calendula erin, en we lieten de natuur en de “verpleegstershond” verder maar het werk doen.  De verpleegster heeft haar werk prima geleverd. De kop van Chester is weer in orde. Hij kan weer de straat op zonder dat hij uitgelachen wordt. Op naar de volgende knokpartij.

E.H©2006-2008 / Foto’s: by Erik.

Eyeliner

Met diepe bewondering aanschouwde ik het schilderwerk. Knap, ik doe het haar niet na. Met bijzonder precieze streken werd er geschilderd. Ogen licht toegeknepen, kwastje vast ter hand. Al het schilderwerk in en rond het huis doet ze. Zo ook deze regelmatig terugkerende schilderklus. Ik zat haar vanachter mijn krant gade te slaan toen ze bezig was. “Knap hoor Mar, dat precisiewerk van jullie vrouwen. Dat je je oog er niet uitsteekt met dat kwastje!” Onverdroten ging ze door.

Met vaste hand trok ze een nauwkeurig zwart streepje aan de onderkant van haar bovenste ooglid. Terwijl ze met mij doorpraatte, schilderde haar hand met fijne bewegingen door. Ze sprak en werkte zonder met haar ogen te knipperen. Dat schilderwerk wat de dames bij zichzelf doen zou niets voor mij zijn. Geen geduld voor. “Dit doen wij ook voor jullie mannen hoor”, was haar opmerking terwijl ze nog een lijntje trok. “Ik kan me niet heugen dat ik dat vanochtend gevraagd heb”, was mijn flauwe reactie. “Vind je het dan niet leuk als ik me opmaak?” Natuurlijk wel. Het ziet er prachtig uit. “Ik wil het voortaan wel laten hoor, als je dat liever hebt”. Ik gaf aan dat dat nu net niet de bedoeling was. Ik waardeer het juist dat ze zoveel aandacht aan haar uiterlijke verzorging besteedt. Ik spreek alleen mijn bewondering uit voor het feit dat de dames dat vaak zo met vaste hand, zonder blikken of blozen kunnen doen. Het zou mij niet lukken. “Ik wil je wel een keer opmaken hoor pa”, mengde Myrte zich in het gesprek dat ze vanachter de computer gevolgd had. Ik legde uit dat dat niet hoefde. Ik vind dat wij mannen dat opsmukwerk niet nodig hebben. “En waarom niet?” was de reactie vanachter de MSN vandaan. “Waarom hebben jullie mannen dat volgens jou dan niet nodig?” Ach Myrte, kijk maar naar de natuur: hanen zijn mooier dan hennen, woerden zijn mooier dan de vrouwtjes, en ga zo maar door. In de natuur zijn daar voorbeelden te over van. “Het is heel simpel: Wij mannen hebben dat schilderwerk niet nodig. Wij zijn al knap genoeg van onszelf”. De woordelijke reactie die op mijn opmerking volgde heb ik om esthetische redenen weggelaten. Leek me beter voor het niveau. E.H©2006-2008 / Foto’s: by Erik.

The continuing story of the kiwi.

Hier het kaartje van de Kiwi die ik geplant heb. Zijn naam: Acclihidia.Er gaat niets boven gezond vers fruit. Vroeger had ik een moestuin. Een kleine 180 m2. Veel te groot voor ons gezin. Helaas moest ik hem wegens tijdgebrek opzeggen. Toch bleef de drang naar het verbouwen van mijn eigen groente en fruit bestaan. Nu, dat heb ik weten op te vangen door het plaatsen van 1 vruchtenstruik. U leest het goed. Een struik. Een kiwi. Een eenhuizige kiwiplant die gegarandeerd vanaf het eerste jaar kiwi’s moet opleveren. En omdat Erik voor gezond gaat, heb ik de hieronder afgebeelde kiwi op “Tuinidee” gekocht. Het idee van mijn dagelijkse portie vitamine C trok me wel. Bovendien wordt op deze wijze mijn drang naar het eten van eigen geteeld groente of fruit volledig bevredigd. Op de getoonde foto staat mijn kiwiplant(je). Ben ik nu te positief? Haal ik hier dit jaar nog een kilo of wat aan kiwi’s vanaf? Positief denken dan maar. Al heb ik bij het zien van deze foto het idee dat ik mezelf aardig voor de gek houd.  Of doet de “handleiding” van de kiwi dat? De volgende keer plaats ik weer een tweetal foto’s. Dan moet de klimmer toch minimaal tot aan de nok van de pergola zijn gekomen. Let op “The continuing story of the Kiwi”.

E.H©2006-2008 / Foto’s: by Erik.

Toetoeoeoeoettt

Met een oorverdovend lawaai denderde de colonne vrachtauto's voorbij, zich niets aantrekkend van het voetgangerslicht wat voor mij op groen stond. Ik moet toegeven dat ik op de vrachtauto's stond te wachten met camera in de aanslag. Ik verwachtte ze al. Bij iedere kanonnade aan lawaai knipperde ik als vanzelf met mijn ogen. Het geluid trilde in mijn buik. Politiemotoren reden voor de colonne uit. Begeleiding was er volop. De colonne vrachtauto's had deze dag voorrang. Voorrang om een heel gewichtige reden: de eerste zaterdag in de maand mei: gehandicaptendag. Het waren de bijrijders naast de chauffeurs die het lawaai produceerden. Niet de chauffeurs zelf.
De lawaaimakers zijn de bewoners van "De Bruggen", een wooneenheid waar geestelijk gehandicapte mensen wonen. Ieder jaar maken ze een ritje met een vrachtwagen tussen Zwammerdam en Alphen aan den Rijn. De vrachtwagenchauffeurs doen dit jaarlijks op basis van vrijwilligheid. Vandaag was de grote dag voor de bewoners.

De bijrijders mochten bij ieder druk kruispunt en ieder stoplicht dat genaderd werd aan het touw in de cabine trekken die de enorme claxons in werking stelden. De herrie was dan ook indrukwekkend. Het was onmogelijk boven het lawaai van deze toeterende vrachtauto's uit te komen.

Met dit lekkere weer stonden de raampjes van de cabines op een kier. Handen zwaaiden naar de op iedere kruising staande nieuwsgierigen die stonden te genieten van de lachende en schreeuwende mensen in de vrachtauto's.

De jaarlijkse vrachtwagenoptocht. Een prachtig initiatief.

E.H©2006-2008 / Foto's: by Erik.